Mark van Bommel herinnert: "Ze waren daar toen zó bang voor PSV"
In dit artikel:
Mark van Bommel vertelt in De Rood Wit Podcast hoe de verloren halve finale van de Champions League tegen AC Milan in 2005 nog altijd als een dieptepunt voor PSV voelt. In Milaan kopte Massimo Ambrosini in blessuretijd de 2-1 achter doelman Heurelho Gomes, waardoor PSV uitgeschakeld werd voordat het de verlenging in ging. Van Bommel gelooft, net als een aanwezige supporter, dat PSV die verlenging zou hebben gewonnen.
Hij schetst het seizoen als een unieke periode waarin PSV consequent hoog druk zette en daardoor vaak als ploeg vóór de tegenstander verdedigde. Daar profiteerden spelers als Ji‑sung Park en Jefferson Farfán van; verdedigers als Wilfred Bouma, André Ooijer en Alex wisten precies hoe ze moesten doordekken. Die tactiek leverde in Milaan meerdere grote kansen op—naar eigen zeggen vijf echte kansen—maar Milan scoorde met Kaká net voor rust en met Jon‑Dahl Tomasson in de 88e minuut, waarna Ambrosini besliste.
Van Bommel benadrukt dat Milan destijds een topteam was, maar ook dat zij zichtbaar onder de indruk waren van PSV’s eerdere optredens tegen Lyon en Monaco. Die combinatie van gemiste kansen en het ongelukkige moment in blessuretijd maakt de nederlaag volgens hem zo pijnlijk. Terugblikkend noemt hij het verlies hét sportieve trauma van de afgelopen 25 jaar voor PSV; een kleine gebeurtenis die grote gevolgen had.