Oude glorie: Aad de Mos
In dit artikel:
Aad de Mos, geboren op 27 maart 1947 in Den Haag, bouwde een lange loopbaan op als voetballer en trainer. Hij begon bij ADO Den Haag en werkte later als jeugdtrainer en coach bij onder meer ADO, Wilhelmus en RVC Rijswijk. Zijn grote doorbraak volgde bij Ajax, waar hij tussen 1980 en 1985 jeugdtrainer, assistent en hoofdtrainer was. Met Ajax werd hij tweemaal landskampioen en won hij in 1983 de KNVB-beker. In 1985 werd hij, na een conflict met het bestuur, vijf wedstrijden voor het einde van de competitie ontslagen.
Bij KV Mechelen beleefde De Mos zijn succesvolste periode. Hij won in 1987 de Belgische beker, veroverde in 1988 de Europa Cup II door Ajax in de finale met 1-0 te verslaan en maakte de club in 1989 voor het eerst sinds 1948 landskampioen. In datzelfde jaar won Mechelen ook de Europese Supercup tegen PSV. De Mos werd in 1987 en 1989 uitgeroepen tot Belgische Trainer van het Jaar. Vervolgens trok RSC Anderlecht hem aan. Daar verloor hij in 1990 de finale van de Europa Cup II van Sampdoria, mede nadat hij Luc Nilis pas in de verlenging liet invallen. Een jaar later werd Anderlecht onder De Mos wel Belgisch kampioen. Na een conflictueuze periode met bestuur en supporters vertrok hij in 1992.
In 1993 werd De Mos trainer van PSV, als opvolger van Hans Westerhof. Hij kreeg de opdracht de selectie te verjongen en presenteerde zichzelf nadrukkelijk als een ‘garantie voor succes’. PSV nam onder meer Erik Meijer, Nii Lamptey, Klas Ingesson, Jerry de Jong en Jan Wouters aan, terwijl spelers als Romário, Vanenburg en andere routiniers vertrokken. De vernieuwde ploeg eindigde in het seizoen 1993/1994 als derde in de Eredivisie, achter Ajax en Feyenoord, maar stelde teleur in de bekertoernooien.
In de UEFA Cup werd PSV al in de eerste ronde uitgeschakeld door Karlsruher SC. De Eindhovenaren verloren in Duitsland met 2-1 tegen een ploeg die lange tijd met tien man speelde en kwamen thuis niet verder dan 0-0. Ook in de KNVB-beker strandde PSV voortijdig, tegen NAC. De Mos kreeg bovendien kritiek op enkele tactische keuzes, zoals het opstellen van aanvaller Erik Meijer als linksback in de met 5-4 verloren uitwedstrijd tegen Bayer Leverkusen. De return eindigde opnieuw in 0-0, waardoor PSV wederom in de eerste ronde uit het UEFA Cup-toernooi lag.
De trainer kreeg later ook het verwijt dat hij onvoldoende gebruikmaakte van jong Braziliaans talent. De Mos beweerde dat PSV voor ongeveer drie miljoen dollar per speler Ronaldo, Roberto Carlos, Zé Elias en Rivaldo had kunnen aantrekken, maar dat de club afzag van de deal omdat de spelers nog geen interlands hadden gespeeld. Ronaldo koos uiteindelijk voor PSV, maar pas nadat zijn marktwaarde sterk was gestegen. In de UEFA Cup tegen Leverkusen maakte hij drie doelpunten en vestigde hij internationaal de aandacht op zich.
De sportieve problemen en De M os’ uitgesproken stijl zorgden voor een steeds slechtere verhouding met het Eindhovense publiek en bestuur. Een veelbesproken incident was de competitiewedstrijd tegen Ajax op 23 oktober 1994. Hoewel Boudewijn Zenden vooraf als basisspeler was aangekondigd, begon Erik Meijer uiteindelijk aan de wedstrijd. PSV stond na zestien minuten al met 3-0 achter en verloor met 4-1. Na nieuwe nederlagen tegen onder meer Willem II werd De Mos na acht competitieronden op staande voet ontslagen. Voorzitter Bill Maeyer zei dat supporters zijn vertrek nadrukkelijk eisten.
Kees Rijvers nam tijdelijk het trainerschap over, waarna Dick Advocaat in december 1994 werd aangesteld. PSV eindigde uiteindelijk opnieuw als derde. De Mos verweet het bestuur later paniekerig en onervaren te hebben gehandeld. Achteraf zei hij dat zijn overstap naar PSV, na zijn periode bij Anderlecht, de enige trainerskeuze was waar hij echt spijt van had.
Vandaag Inside: Wilders confronteert Jetten: 'Wat ik vanmorgen zag gebeuren, heb ik in 27 jaar nog nooit meegemaakt'