Oude glorie: De linksbuiten (deel 2)
In dit artikel:
De rubriek over markante linkbuitens van PSV behandelt vier spelers die op hun eigen manier grote indruk maakten: de Amerikaan DaMarcus Beasley, de Hongaar Balázs Dzsudzsák en de Belgen Dries Mertens en Memphis Depay.
DaMarcus Beasley werd in 1982 geboren in Fort Wayne en ontwikkelde zich bij de IMG Soccer Academy tot een snelle, behendige flankspeler. Na vier seizoenen bij Chicago Fire verhuisde hij in 2004 naar PSV, waar hij onder Guus Hiddink twee landstitels won. In 2005 pakte PSV bovendien de KNVB-Beker. Beasley was belangrijk in de halve finale tegen Feyenoord: hij maakte in de 89e minuut de gelijkmaker, waarna PSV na strafschoppen doorging. In totaal speelde hij 75 officiële wedstrijden voor PSV en scoorde hij vijftien keer.
Door de beperkte kansen op speeltijd werd Beasley in 2006-2007 verhuurd aan Manchester City. Daarna vertrok hij naar Glasgow Rangers, waarmee hij tweemaal kampioen van Schotland werd. Na een kort verblijf bij Hannover 96 speelde hij in Mexico en keerde hij terug naar de Verenigde Staten, eerst bij Puebla en later bij Houston Dynamo. Daar werd hij omgeschoold tot vleugelverdediger. In oktober 2019 beëindigde Beasley zijn loopbaan. Voor de Verenigde Staten kwam hij tussen 2001 en 2017 tot 126 interlands, vier WK-deelnames en zeventien doelpunten. Zijn veelzijdigheid, snelheid en bescheiden karakter leverden hem in eigen land veel waardering op.
Balázs Dzsudzsák werd in 1986 geboren in Debrecen. Hij brak door bij Debreceni VSC, waarmee hij drie Hongaarse landstitels en drie Supercups won. PSV legde hem in 2007 vast en haalde hem vanwege het vertrek van Kenneth Perez al in januari 2008 naar Eindhoven. Onder verschillende trainers veroverde hij met PSV de landstitel van 2008 en de Johan Cruijff Schaal. Dzsudzsák groeide uit tot een bepalende linkervleugelspits. In zijn laatste PSV-seizoen maakte hij zestien doelpunten en gaf hij veertien assists; in totaal scoorde hij 44 competitiegoals voor de club. Een opvallend optreden was de 4-3-zege op Ajax in 2009, waarin hij tweemaal uit een vrije trap doel trof.
In 2011 verkocht PSV Dzsudzsák voor ongeveer veertien miljoen euro aan Anzji Machatsjkala. Door een sleutelbeenbreuk kwam hij daar maar beperkt aan spelen toe, waarna hij naar Dinamo Moskou verhuisde. In Rusland werd hij een vaste kracht en bereikte hij de bekerfinale en de achtste finales van de Europa League. Daarna speelde hij in Turkije voor Bursaspor en vervolgens in de Verenigde Arabische Emiraten voor Al-Wahda, Al-Ittihad Kalba en Al Ain. Voor Hongarije kwam hij vanaf 2007 uit. Hij speelde zijn honderdste interland in 2019 en was belangrijk op het EK van 2016, waar Hongarije de achtste finales bereikte.
Dries Mertens werd in 1987 geboren in Leuven. Ondanks twijfels bij Anderlecht en Gent over zijn geringe lengte en fysieke kracht, ontwikkelde hij zich via Eendracht Aalst tot een opvallende speler. Bij AGOVV groeide hij uit tot publiekslieveling en maakte hij in drie seizoenen dertig doelpunten in 108 wedstrijden. Zijn prestaties leverden hem de Gouden Stier voor beste talent van de Eerste Divisie op.
Na twee seizoenen bij FC Utrecht, waar hij onder meer de David di Tommaso-trofee en de Zilveren Schoen won, verhuisde Mertens in 2011 samen met Kevin Strootman naar PSV. De gezamenlijke transfer kostte ongeveer dertien miljoen euro. Mertens kende een bliksemstart: in zijn eerste zeven competitiewedstrijden scoorde hij elf keer en tegen Roda JC maakte hij vier doelpunten. In twee seizoenen kwam hij in 88 officiële wedstrijden tot 45 goals en 43 assists. Hij won met PSV de KNVB-Beker en de Johan Cruijff Schaal. Tijdens de bekerfinale van 2012 tegen Heracles scoorde hij ondanks het verlies van twee voortanden na een botsing met doelman Remko Pasveer.
In 2013 vertrok Mertens voor ruim negen miljoen euro naar SSC Napoli. In Italië groeide hij uit tot een vaste waarde en een van de productiefste spelers uit de clubgeschiedenis. Hij won tweemaal de Coppa Italia en eenmaal de Supercoppa Italiana. Met 122 doelpunten werd hij topscorer aller tijden van Napoli, vóór Diego Maradona en Marek Hamsik. In 2020 kreeg de inmiddels 33-jarige Belg een nieuw contract, mede vanwege zijn grote betekenis voor de club. Voor België speelde Mertens tot november 2019 negentig interlands. Zijn belangrijkste internationale prestatie was de derde plaats op het WK van 2018.
Memphis Depay werd in 1994 geboren in Moordrecht en koos vanwege de slechte relatie met zijn vader voor de naam Memphis op zijn shirt. Hij begon bij VV Moordrecht, speelde bij Sparta en kwam op twaalfjarige leeftijd in de jeugdopleiding van PSV terecht. Onder Fred Rutten debuteerde hij in het eerste elftal tijdens een bekerwedstrijd tegen VVSB, waarin hij tweemaal scoorde. Na het vertrek van Mertens kreeg Depay steeds meer een vaste rol op de linkerflank.
Met PSV eindigde Depay achtereenvolgens als derde, tweede, vierde en eerste in de Eredivisie. Hij won de KNVB-Beker, de Johan Cruijff Schaal en in 2015 de landstitel. In dat kampioensseizoen werd hij met 22 doelpunten topscorer van de Eredivisie en uitgeroepen tot Nederlands Talent van het Jaar. Zijn winnende treffer in de slotminuut tegen Feyenoord geldt als een van zijn spectaculairste PSV-momenten.
In 2015 maakte Depay voor aanvankelijk 27,5 miljoen euro, exclusief bonussen, de overstap naar Manchester United. Daarmee werd hij op dat moment de duurste uitgaande transfer uit de Eredivisie. Zijn periode in Engeland verliep echter teleurstellend. Hij scoorde in 29 Premier League-optredens slechts twee keer en kreeg onder José Mourinho nauwelijks speeltijd. In januari 2017 vertrok hij voor ongeveer zestien miljoen euro naar Olympique Lyon.
In Frankrijk herstelde Depay zijn vorm. Hij werd aanvoerder, maakte in drieënhalf seizoen 43 competitiedoelpunten en speelde met Lyon in 2020 de halve finale van de Champions League. Een zware knieblessure eind 2019 leek zijn deelname aan het uitgestelde EK te bedreigen, maar dankzij een opvallend snel herstel keerde hij al in juli 2020 terug op het veld.
Ook bij het Nederlands elftal groeide Depay uit tot een belangrijke speler. Hij debuteerde in 2013 en was op het WK van 2014 beslissend met een assist en doelpunt tegen Australië en een treffer tegen Chili. Nederland eindigde als derde. Later verschoof Depay onder Ronald Koeman van de linkerflank naar de spitspositie. De vier spelers illustreren daarmee verschillende PSV-loopbanen: van Amerikaanse cultheld en Hongaarse assistgever tot Belgische clublegende en Nederlandse topscorer die internationaal doorbrak.
Vandaag Inside: Samuel Welten heeft niet door dat camera al draait in In de Wandelgangen: 'Ooooh god!'