Oude glorie: Ernie Brandts
In dit artikel:
Ernie Brandts, geboren op 3 februari 1956 in Nieuw-Dijk, begon op vijfjarige leeftijd bij VV Sprinkhanen. Hij viel al vroeg op als doelpuntenmaker en talent, maar combineerde voetbal aanvankelijk met wielrennen en werk in de bakkerij van zijn familie. Op zijn zeventiende werd hij door Piet de Visser gescout voor De Graafschap. Via het tweede elftal brak hij door in het eerste, waarmee hij in de seizoenen 1975/1976 en 1976/1977 in de Eredivisie speelde.
Na de degradatie van De Graafschap koos Brandts voor PSV, ondanks belangstelling van Feyenoord en FC Twente. Zijn eerste seizoen in Eindhoven, 1977/1978, werd direct een hoogtepunt: PSV werd landskampioen en won de UEFA Cup. Brandts vormde centraal achterin een gevreesd duo met Huub Stevens. De uitschakeling tegen eerstedivisionist Wageningen in de KNVB-beker noemt hij achteraf een gevolg van een verkeerde instelling.
Ook werd hij geselecteerd voor het Nederlands elftal op het WK van 1978 in Argentinië. Brandts scoorde tegen Oostenrijk en Italië; tegen Italië maakte hij bovendien een eigen doelpunt. Hij werd uitgeroepen tot beste jonge speler van het toernooi. Over de verloren finale tegen Argentinië zegt hij dat de gespannen en politiek beladen omstandigheden, de dreiging rond de spelersbus en mogelijk scheidsrechterlijke beïnvloeding het toernooi hebben overschaduwd. Brandts blijft ervan overtuigd dat Argentinië voordeel heeft gehad van de omstandigheden.
Brandts speelde negen seizoenen voor PSV en won later opnieuw de landstitel. Zijn loopbaan werd echter sterk beïnvloed door blessures. Een zware achillespeesblessure in 1980 leidde tot chronische pijn, slijtage en uiteindelijk een nieuwe heup. Toch speelde hij vaak door met ernstige kwetsuren, waaronder breuken en hersenschuddingen. Een transfer naar Arsenal of HSV ging niet door omdat hij bij zijn zieke vader wilde blijven.
Na PSV kwam hij uit voor Roda JC, MVV en de Belgische club Germinal Ekeren, waarmee hij Europees voetbal behaalde. Hij sloot zijn actieve carrière af bij De Graafschap, waar hij vanwege zijn heup werd afgekeurd. Vervolgens werd hij trainer. Hij werkte onder meer als assistent bij PSV, leidde FC Volendam naar de finale van de nacompetitie en bezorgde NAC Breda een historische derde plaats in de Eredivisie. Volgens Brandts ontstond daar een conflict met het bestuur, dat zijn gedisciplineerde speelstijl niet aantrekkelijk genoeg vond en zijn contract niet verlengde.
Daarna werkte hij in Iran, Rwanda en Tanzania. Met APR FC won hij in 2011 en 2012 de Rwandese dubbel, terwijl hij met Young Africans Tanzaniaans kampioen werd. Ook was hij actief bij Nederlandse clubs als Nuenen, DIA, FC Dordrecht, NEC en FC Eindhoven. In 2020 publiceerde hij zijn biografie *Nooit natrappen*, waarin hij successen, blessures en teleurstellende ervaringen met trainers en bestuurders beschrijft. Brandts erkent dat hij zich soms sterker had moeten verweren, maar zegt dat trouw blijven aan zichzelf voor hem altijd belangrijk is geweest.
Vandaag Inside: Samuel Welten heeft niet door dat camera al draait in In de Wandelgangen: 'Ooooh god!'