Oude glorie: Feiten over Berry van Aerle
In dit artikel:
Berry van Aerle, geboren op 8 december 1962 in Helmond, groeide uit tot een van de grootste iconen uit de geschiedenis van PSV. De verdediger, bijgenaamd onder meer Turbo Berry, Sheene en Ratje, begon op zesjarige leeftijd bij de Helmondse amateurclub HVV. Daar speelde hij samen met latere profvoetballers Hans Meeuwsen en Hans Vincent en ontmoette hij zijn vrouw Willeke, die eveneens voetbalde. Zijn vader speelde voor Helmondia ’55, werkte bij Philips en was later voetbaltrainer. Aanvankelijk wilde Van Aerle timmerman worden, maar PSV-icoon Willy van der Kuijlen ontdekte zijn voetbaltalent.
Op zijn achttiende werd Van Aerle uitgenodigd voor een testwedstrijd bij PSV. Ondanks zijn zenuwen maakte hij indruk en stroomde hij via het C-team snel door. Onder trainer Thijs Libregts debuteerde hij in het seizoen 1981-1982 in het eerste elftal als rechtsback. Toen de Belgische topverdediger Eric Gerets in 1985 naar PSV kwam, verloor Van Aerle zijn basisplaats. Hij liet zich daarop verhuren aan Antwerp FC, waar hij in het seizoen 1986-1987 samen met Frans van Rooij speelde. Het duo hielp de club zich te handhaven in de Belgische hoogste klasse. Hoewel Antwerp hem opnieuw wilde huren, keerde Van Aerle terug naar Eindhoven.
Die terugkeer werd een groot succes. Als rechtermiddenvelder won hij met PSV in het seizoen 1987-1988 de landstitel, de KNVB-beker en de Europa Cup 1. In de halve finale tegen Real Madrid kreeg hij de opdracht Emilio Butragueño uit te schakelen; zijn onbevangen optreden maakte grote indruk op de Spaanse aanvaller. In dertien seizoenen bij PSV won Van Aerle vijf landstitels, drie KNVB-bekers, een Nederlandse Supercup en de Europa Cup 1. Hij speelde 282 eredivisiewedstrijden voor de club en scoorde daarin elf keer.
Ook voor het Nederlands elftal was Van Aerle belangrijk. Hij debuteerde op 14 oktober 1987 tegen Polen en leverde bij de 0-2-zege twee voorzetten waaruit Ruud Gullit scoorde. Daarmee speelde hij een belangrijke rol in de kwalificatie voor het EK van 1988. Bondscoach Rinus Michels nam hem vervolgens mee naar het eindtoernooi in West-Duitsland, waar Van Aerle alle vijf wedstrijden volledig speelde. Nederland werd Europees kampioen. Later kwam hij ook uit op de WK’s van 1990 en 1992. Zijn laatste interland speelde hij op 14 oktober 1992, opnieuw tegen Polen, in een met 2-2 geëindigde kwalificatiewedstrijd. In totaal raakte hij na het WK van 1990 tijdelijk uit beeld door een knieblessure.
In 1994 vertrok Van Aerle bij PSV tijdens een grote vernieuwingsoperatie. Hoewel clubs als KV Mechelen, Osasuna en NAC Breda belangstelling hadden, koos hij voor Helmond Sport. Blessureproblemen beperkten hem daar tot vijftien competitiewedstrijden en één doelpunt. Na één seizoen beëindigde hij zijn loopbaan en keerde hij terug naar HVV, samen met zijn vroegere voetbalvrienden Meeuwsen en Vincent.
Na zijn actieve carrière werkte Van Aerle als postbode en keerde hij terug bij PSV als supporterscoördinator en later als scout. Hij was ook voetbalanalist bij de stadsradio van Helmond. In zijn geboortestad werd een musical over zijn leven opgevoerd en in 2000 was hij Prins Carnaval. Zijn nuchtere Brabantse karakter, humor en loyaliteit aan Helmond en PSV maakten hem tot een geliefde volksfiguur en blijvend clubicoon.
Vandaag Inside: Samuel Welten heeft niet door dat camera al draait in In de Wandelgangen: 'Ooooh god!'