Oude glorie: interview Huub Stevens
In dit artikel:
Huub Stevens, geboren op 29 november 1953 in Sittard, groeide op in de volkswijk Stadbroek als middelste van vijf broers. De Limburgse mijnwerkersfamilie had het financieel niet breed, maar zijn ouders leerden hem door te zetten en met volledige inzet te werken. Die mentaliteit, aangevuld met de voortdurende concurrentie met zijn oudere broers, vormde volgens Stevens zijn karakter als voetballer en trainer.
Stevens begon op achtjarige leeftijd bij Sittardia als spits. Omdat hij veel scoorde, viel hij op, maar jeugdtrainer Frans de Bruin zag dat hij ook als verdediger grote kwaliteiten had. Tijdens een toernooi werd hij centrale verdediger en vervolgens opgenomen in het Nederlands jeugdelftal onder 14 jaar. Later speelde hij ook als verdedigende middenvelder. Hij doorliep de jeugdopleiding snel en maakte op zestienjarige leeftijd, in het seizoen 1970-1971, zijn debuut in de Eerste Divisie voor Fortuna SC. Zijn eerste profcontract maakte hem ervan bewust dat een loopbaan als profvoetballer mogelijk was.
Een belangrijk keerpunt was het overlijden van zijn vader bij een verkeersongeluk op 4 mei 1971. Stevens moest als oudste thuiswonende zoon mede verantwoordelijkheid dragen voor zijn moeder en twee jongere broers. Ondanks het verdriet en de financiële druk haalde hij zijn schooldiploma’s, zoals zijn vader hem had opgedragen. Zijn profcontract hielp het gezin financieel vooruit. Hij spreekt met grote bewondering over de kracht van zijn moeder, die het gezin zonder hulp van buitenaf bijeenhield.
In vijf seizoenen bij Fortuna SC speelde Stevens 111 wedstrijden in de Eerste Divisie. De club was voor hem een belangrijke leerschool, waarbij oudere spelers hem hielpen zich te ontwikkelen. In 1975 maakte hij de overstap naar PSV, nadat trainer Kees Rijvers hem na een tip van Adri van Kraaij had laten uitnodigen voor een proeftraining. De transfer verliep moeizaam door discussie over de transfersom, maar PSV wilde hem uiteindelijk vastleggen.
De overgang naar de top van de Eredivisie was zwaar. Stevens moest hard trainen om het niveauverschil met de Eerste Divisie te overbruggen, maar kreeg steun van onder anderen Jan van Beveren, Willy van der Kuijlen en de gebroeders Van de Kerkhof. In zijn eerste seizoen kwam hij tot elf competitiewedstrijden en maakte hij deel uit van de PSV-selectie die de landstitel en de KNVB-beker won. Door een gebroken kuitbeen miste hij de kampioenswedstrijd. Europees strandde PSV in de halve finale van de Europa Cup I tegen AS Saint-Étienne.
Stevens maakte deel uit van de sterke PSV-generatie die in 1978 de landstitel en de UEFA Cup won. Hij beschouwt dat succes als een teamprestatie en benadrukt dat hij altijd inzetbaar wilde zijn, ook wanneer hij niet tot de vaste basisspelers behoorde. In totaal speelde hij elf seizoenen voor PSV. Hij zag de club wisselende periodes doormaken na het vertrek van Rijvers, maar ook de wederopbouw die leidde tot het overtuigende kampioenschap van 1986 met spelers als Ruud Gullit, René van der Gijp en Erik Gerets.
Voor het Nederlands elftal kwam Stevens tot achttien interlands. Hij maakte deel uit van de selectie voor het EK van 1980 in Italië en stond aan de aftrap tegen Griekenland en West-Duitsland. Hoewel hij trots was op zijn interlandloopbaan, vond hij het toernooi teleurstellend door de tactische keuzes en het gebrek aan opbouw vanuit de verdediging. Na het seizoen 1985-1986 beëindigde hij op 32-jarige leeftijd zijn actieve loopbaan. Door blessures kon hij naar eigen zeggen niet meer brengen wat nieuwe clubs van hem zouden verwachten. PSV bood hem de mogelijkheid om in de jeugdopleiding te werken.
Daar ontwikkelde Stevens zich tot trainer. Hij trainde verschillende jeugdelftallen, coördineerde de opleiding en was mede betrokken bij het jeugdinternaat in Geldrop. Hij benadrukt dat jeugdtrainers spelers soms op een andere positie moeten laten spelen dan zij zelf wensen. Ernest Faber noemt hij als voorbeeld: die begon als aanvaller, maar bleek uiteindelijk beter tot zijn recht te komen als verdediger. Het behalen van zijn trainersdiploma’s kostte zes à zeven jaar; Stevens adviseert beginnende trainers om eerst met jeugdspelers te werken.
In maart 1993 werd hij hoofdtrainer van Roda JC. Met voorzitter en technisch bestuurder Nol Hendriks stelde hij geleidelijk een sterke selectie samen. Spelers als Arno Doomernik, Raymond Atteveld, Johan de Kock, Barry van Galen, Maurice Graef en Tijjani Babangida kwamen mede op zijn voorspraak naar Kerkrade. Dat leidde in het seizoen 1994-1995 tot een tweede plaats in de Eredivisie, de beste prestatie uit de geschiedenis van de club. Stevens schrijft het succes toe aan gezamenlijke scouting, duidelijke zeggenschap over transfers en een goede samenwerking met Hendriks.
In 1996 vertrok hij naar Schalke 04. In Gelsenkirchen beleefde hij de succesvolste periode van zijn trainersloopbaan. Schalke won in 1997 de UEFA Cup tegen Internazionale na strafschoppen en veroverde in 2001 en 2002 de Duitse beker. Stevens had vooraf informatie verzameld over de strafschoppennemers van Inter en gaf doelman Jens Lehmann aanwijzingen. In 1999 riepen de supporters hem uit tot trainer van de eeuw. De verloren landstitel van 2001, toen Bayern München in blessuretijd alsnog gelijkmaakte, geldt als een van de pijnlijkste momenten uit zijn carrière.
Zijn daaropvolgende periode bij Hertha BSC liep uit op een teleurstelling. Stevens denkt dat hij in Berlijn nooit volledig werd geaccepteerd omdat hij met Schalke werd geassocieerd en vanwege de rivaliteit tussen beide clubs. Bij 1. FC Köln kende hij wel succes: in 2005 promoveerde hij als kampioen naar de Bundesliga. Door privéomstandigheden kon hij daar niet doorgaan. Later keerde hij terug bij Roda JC, waarna hij trainer werd van Hamburger SV. Met HSV voorkwam hij eerst degradatie, verzamelde in vijftien wedstrijden dertig punten en leidde de club in het volgende seizoen naar de vierde plaats en Europees voetbal.
Zijn terugkeer bij PSV als hoofdtrainer in 2008 werd geen succes. De club kampte al met conflicten tussen spelersgroepen en Stevens kreeg niet de door hem gewenste assistenten. Ook verslechterde de samenwerking met algemeen directeur Jan Reker. Volgens Stevens ontbraken discipline, respect en vooral eenheid binnen de selectie. Na zeven maanden stapte hij in januari 2009 op, met PSV vijftien punten achter koploper AZ. De daaropvolgende arbitragezaak over zijn vertrek leverde volgens hem alleen verliezers op.
Daarna werkte Stevens bij Red Bull Salzburg, waar hij in 2010 de Oostenrijkse titel won. Vervolgens was hij opnieuw trainer van Schalke 04 en werkte hij bij PAOK Saloniki. Hij noemt Griekenland een chaotisch maar waardevol avontuur. In Duitsland behoedde hij VfB Stuttgart tweemaal voor degradatie, eerst in 2014 en vervolgens opnieuw in het seizoen 2014-2015. Zijn laatste volledige trainersklus bij Hoffenheim beëindigde hij in februari 2016 om gezondheidsredenen; Julian Nagelsmann volgde hem op.
Stevens bleef daarna op de achtergrond actief in het voetbal, onder meer als adviseur en scout bij Roda JC en als commissaris en interim-trainer bij Schalke 04. Een volledig seizoen als hoofdtrainer sluit hij uit. Terugkijkend benadrukt hij dat voetbal zijn leven heeft bepaald, maar dat familie, verantwoordelijkheid, discipline en trouw aan een club voor hem minstens zo belangrijk waren.
Vandaag Inside: Johan Derksen: ‘Rob Jetten heeft de hele dag als een drol in een pispot zitten draaien!’