Oude glorie: Mart van den Heuvel

vrijdag, 18 september 2026 (07:57) - Supportersvereniging PSV

In dit artikel:

Mart van den Heuvel, geboren op 13 april 1953 in Geldrop, is al tientallen jaren een vertrouwd gezicht bij PSV. Hij groeide op in Geldrop, volgde de ULO en een opleiding tot elektricien aan de LTS. Daarna werkte hij ongeveer tien jaar als tandtechnieker bij tandartslaboratorium Opdam in Eindhoven.

Zijn loopbaan bij PSV begon min of meer toevallig. Van den Heuvel keek als hobby naar PSV-handbal, waar een vriend speelde. Toen de masseur daar vertrok, werd hij gevraagd te helpen. Hij volgde cursussen sportmassage en fysiotherapie en rolde zo het vak in. In 1979 werd hij parttime verzorger bij PSV-2 en de jeugd, naast zijn werk als tandtechnieker. Zijn dagen waren lang: ’s ochtends werkte hij vanaf zes uur in het laboratorium, ’s middags verzorgde hij trainingen op sportpark De Welschap en ’s avonds fietste hij naar huis in Geldrop.

In 1985 trad Van den Heuvel fulltime in dienst bij PSV. Aanvankelijk werkte hij voor zowel PSV-1 als PSV-2, maar hij ging al snel met het eerste elftal mee naar wedstrijden. Nadat Jac van de Ven in 1989 vertrok, schoof hij definitief door naar de medische staf van PSV-1. Hij werkte jarenlang samen met clubartsen Carel van den Brekel, Cees-Rein van den Hoogenband en Tjaarda Weber. De samenwerking was direct en praktisch: bij blessures overlegde hij telefonisch met de arts of bracht hij een speler naar het ziekenhuis.

Een gebeurtenis die hem altijd is bijgebleven, was de zware blessure van Romário tijdens PSV-FC Den Haag op 4 maart 1990. De Braziliaan had een scheur in de syndesmose en een gebroken kuitbeen. Van den Heuvel zag direct dat er iets ernstig mis was en droeg Romário samen met Van den Brekel van het veld. Ook later bleef hij betrokken bij de begeleiding van buitenlandse spelers, die vaak moesten wennen aan het Nederlandse klimaat, de vaste trainingsstructuur en de cultuur binnen de club.

Samen met onder anderen Huub Stevens en zijn vrouw Rita richtte Van den Heuvel het PSV-jeugdinternaat in Geldrop op. De eerste lichting bestond uit achttien jongens, onder wie Dick en Alfred Schreuder, Mitchell van der Gaag, Peter Hoekstra en Raymond Beerens. Van den Heuvel en zijn vrouw regelden vrijwel alles: koken, wassen, toezicht en begeleiding. De jongens gingen in Eindhoven naar school, fietsten naar het internaat en werden met een busje naar De Herdgang gebracht. De eerste lichting groeide uit tot een succesvolle groep voetballers en trainers.

Van den Heuvel ontwikkelde zich bij PSV tot meer dan verzorger. Spelers vertrouwden hem persoonlijke problemen toe, die hij altijd vertrouwelijk behandelde. Toen directeur Jan Reker hem vroeg teammanager te worden, twijfelde hij aanvankelijk, maar hij nam de functie uiteindelijk aan en kreeg daar geen spijt van. In de kleinschalige PSV-organisatie van vroeger voelde hij een sterke onderlinge verbondenheid. De staf bestond toen uit veel minder mensen dan tegenwoordig, waardoor iedereen intensief met elkaar samenwerkte.

Hij maakte vrijwel alle belangrijke perioden van PSV van dichtbij mee. Hij herinnert zich de moeilijke jaren na het vertrek van Kees Rijvers, de omslag onder het bestuur van Kees Ploegsma, Jac Ruts en Harry van Raaij en de successen met spelers als Ronald Koeman, Wim Kieft en Sören Lerby. De komst van Guus Hiddink als trainer was volgens hem een belangrijk keerpunt. Hiddink was niet alleen tactisch sterk, maar kon ook goed met verschillende persoonlijkheden omgaan. Onder hem won PSV onder meer de Europa Cup 1 en meerdere landstitels.

Van den Heuvel kijkt met warmte terug op de vele trainers en spelers met wie hij werkte. Hij noemt onder meer Willy van der Kuijlen, Lerby, Kieft, Koeman, Berry van Aerle, Ivan Nielsen, Hans van Breukelen, Romário en Ronaldo. Volgens hem vraagt het begeleiden van buitenlandse spelers altijd om begrip voor culturele verschillen. Een aanpak die bij Nederlandse spelers werkt, hoeft niet geschikt te zijn voor Zuid-Amerikanen of Oost-Europeanen. Zo botste de strikte trainingsopvatting van Hans Westerhof met de vrijere instelling van Romário. Van den Heuvel vindt dat trainers spelers individueel moeten benaderen en rekening moeten houden met hun achtergrond.

Ook de minder succesvolle periodes en incidenten uit zijn loopbaan komen aan bod. Hij ziet het mislukte verblijf van Hans Westerhof bij PSV deels als een kwestie van timing en ervaring. Over Aad de Mos zegt hij dat successen bij een andere club geen garantie zijn bij PSV, omdat een topclub veel verschillende karakters samenbrengt. Dick Advocaat, Bobby Robson en Sef Vergoossen waardeert hij juist als trainers die goed met mensen konden omgaan. Het ontslag van Eric Gerets tijdens een oefentrip naar China ontstond volgens hem doordat de spelersgroep geen vertrouwen meer in de trainer had. Het mislukte verblijf van Huub Stevens wijt hij onder meer aan het ontbreken van een zelfgekozen assistent en aan de moeilijke financiële situatie bij de club.

Bijzonder vindt hij vooral de onverwachte kampioenschappen. De titel van 2007, toen PSV op de laatste speeldag vanaf de derde plaats alsnog kampioen werd op doelsaldo, noemt hij de meest sensationele. Ook de landstitel van 2016, die PSV veroverde nadat Ajax punten liet liggen, kwam tot stand doordat spelers en staf het geloof in een goede afloop vasthielden. Van den Heuvel hielp mee om de spelers in de beslissende weken mentaal ervan te overtuigen dat het nog mogelijk was.

Na de periode waarin Mark van Bommel als trainer werd ontslagen, deed Van den Heuvel een stap terug. Hij droeg de voetbalgerelateerde taken over aan Bas Roorda en richt zich nu vooral op het welzijn en de praktische begeleiding van spelers en hun gezinnen. Hij regelt huisvesting, auto’s, verzekeringen, bankzaken, scholen en medische afspraken. Nieuwe spelers haalt hij op van het vliegveld, begeleidt hij naar de keuring en helpt hij bij hun eerste stappen binnen PSV. Ook helpt hij spelers zelfstandig een woning te vinden.

Van den Heuvel heeft in zijn PSV-jaren honderden spelers meegemaakt en de wereld over gereisd. Zijn werkweken liepen vaak van vroeg in de ochtend tot laat in de avond, zeven dagen per week. Inmiddels reist hij niet meer standaard mee naar uitwedstrijden en heeft hij meer vrijheid, al blijft de transferperiode druk. Het voetbal zelf zegt hij grotendeels te hebben losgelaten; zijn aandacht ligt nu bij de mensen rond de club.

In het interview vertelt hij ook over uiteenlopende incidenten, zoals de zware verwonding van Erik Pieters na een rode kaart, de problemen rond Jonathan Reis en Mohammed Ihattaren, het verdriet van Maxime Lestienne na het verlies van zijn ouders en de aanpassingsproblemen van spelers als Georgi Gakhokidze. Steeds benadrukt hij dat PSV probeert spelers niet alleen als voetballer, maar ook als mens te helpen. Zijn medische kennis kwam bijvoorbeeld direct van pas toen Pieters een slagader en pees in zijn arm doorsneed.

De band met Guus Hiddink is bijzonder gebleven. Hiddink haalde Van den Heuvel zelfs bij het Nederlands elftal en woonde tijdens zijn eerste periode bij PSV zes à zeven jaar bij hem in huis. Zelf denkt Van den Heuvel dat zijn populariteit vooral voortkomt uit behulpzaamheid en oprechtheid. Hij helpt spelers vanaf hun eerste dag, zonder zich anders voor te doen dan hij is. Die persoonlijke, Brabantse benadering vormt volgens hem de kern van zijn langdurige betekenis voor PSV.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Samuel Welten heeft niet door dat camera al draait in In de Wandelgangen: 'Ooooh god!'