Oude glorie: Net niet (deel 1)

vrijdag, 18 september 2026 (07:57) - Supportersvereniging PSV

In dit artikel:

Een transfer naar PSV is geen garantie voor succes. Verwachtingen kunnen worden doorkruist door blessures, hevige concurrentie, een verkeerde rol, gebrek aan vertrouwen, aanpassingsproblemen, prestatiedruk of simpelweg een niet-passend spelsysteem. Het overzicht van Walter Kuijpers, bijgewerkt op 5 augustus 2020, beschrijft tientallen spelers die hun reputatie of transferverwachting in Eindhoven niet volledig waarmaakten.

Tom Smits kwam halverwege het seizoen 1976-1977 voor ongeveer 600.000 gulden over van NAC Breda en veroverde meteen een basisplaats. Hij leek zelfs in beeld voor het Nederlands elftal en het WK van 1978, maar een knieblessure maakte een einde aan zijn doorbraak. Terwijl PSV in 1978 de UEFA Cup en de landstitel won, speelde Smits nauwelijks. Nieuwe blessures beperkten zijn inzet in de volgende seizoenen, waarna hij in 1980 terugkeerde naar NAC. Wel is hij de enige speler die in één seizoen 35 Eredivisiewedstrijden speelde, doordat hij zowel voor NAC als PSV uitkwam.

Ook Arthur Hoyer, Toine van Mierlo en Tommy Christensen wisten bij PSV niet door te breken. Hoyer kreeg onder Kees Rijvers weinig kansen door de concurrentie van onder anderen Ralf Edström en Willy van der Kuijlen. Van Mierlo kwam in twee seizoenen tot twintig competitiewedstrijden, maar ontwikkelde zich na zijn verhuur en definitieve vertrek naar Willem II alsnog tot international. De Deen Christensen werd vooral door blessures gehinderd en keerde na twee seizoenen terug naar AGF. Teddy Maybank, voor bijna één miljoen gulden gehaald als nieuwe spits, speelde slechts zes wedstrijden voordat hij vanwege zijn ‘rubberen knieën’ werd afgekeurd en op 24-jarige leeftijd moest stoppen.

Arie Haan arriveerde in 1983 met een indrukwekkend verleden bij Ajax, Anderlecht, Standard Luik en Oranje, maar bleef bij PSV vrijwel onopvallend. Volgens Haan liep hij bovendien een half jaar hinder over na een harde tackle van Huub Stevens. Peter Corbijn kwam uit de regio en speelde slechts zeven competitiewedstrijden, waarna hij via VVV Venlo en FC Eindhoven verderging. De Canadese verdediger Randy Samuel, international en WK-ganger, stelde teleur en verdween na een 3-0-nederlaag tegen Ajax, waarin Marco van Basten tweemaal scoorde, snel uit beeld. Alfons Arts haalde zelfs geen officiële wedstrijd voor PSV 1 en bouwde daarna vooral bij MVV, Go Ahead Eagles en FC Emmen een loopbaan op.

Hendrie Kruzen werd na zijn selectie voor het EK van 1988 voor ongeveer een half miljoen gulden aangetrokken, maar kwam tot slechts acht wedstrijden en twee doelpunten. Halverwege het seizoen keerde hij op huurbasis terug naar FC Den Bosch. Carlo L’Ami was in 1989 slechts een half jaar derde doelman achter Hans van Breukelen en Patrick Lodewijks en speelde twee keer. Michel Boerebach kreeg onder Guus Hiddink weinig kansen en belandde onder Bobby Robson op de bank, waarna hij terugkeerde naar Roda JC. John Bosman kwam in 1990 als ervaren vervanger van Wim Kieft, maar voelde zich niet prettig in zijn rol als aanspeelpunt naast Romário. Ondanks elf doelpunten in dertig competitiewedstrijden en een landstitel vertrok hij na één seizoen.

De Tsjechoslowaak Jozef Chovanec won in drie seizoenen twee landstitels en twee KNVB-bekers, maar speelde slechts 33 competitiewedstrijden en voldeed individueel niet aan de verwachtingen. Thomas Thorninger raakte in twee seizoenen steeds verder op de achtergrond en vertrok transfervrij. Edwin van Ankeren speelde in 1993-1994 negentien competitiewedstrijden en maakte drie doelpunten, waarna hij alweer vertrok. Erik Meijer, destijds de duurste binnenlandse transfer in de Eredivisie, kon bij PSV geen vaste waarde worden, maar kende later wel succesvolle periodes bij onder meer Bayer Leverkusen en Liverpool.

Aan het einde van de jaren negentig haalde PSV meerdere buitenlandse spelers die niet volledig slaagden. Davy Oyen kwam vanuit België, maar kreeg in een elftal met veel buitenlanders geen basisplaats en vertrok na één seizoen naar Anderlecht. Abel Xavier beschikte over ervaring in Portugal, Italië en Spanje, maar kende in Eindhoven een teleurstellend jaar. Later werd hij nog international voor Portugal en speelde hij onder meer voor Everton, Liverpool en Galatasaray. Giorgi Gakhokidze werd als groot Georgisch talent binnengehaald, maar speelde bij PSV meestal slechts enkele wedstrijden per seizoen. Zijn belangrijkste moment was een gelukkige gelijkmaker tegen FC Utrecht in het ‘Mirakel van Utrecht’, waarmee PSV uiteindelijk de voorronde van de Champions League bereikte. Zelf zei Gakhokidze later dat hij zich bij PSV als een toerist en een vergeten speler had gevoeld; bij FC Twente vond hij wel waardering en vertrouwen.

Remco van der Schaaf en Michael Lamey kwamen begin jaren 2000 met hoge verwachtingen naar Eindhoven, maar werden geen vaste basisspelers. Lamey werd bovendien verhuurd aan AZ en FC Utrecht vanwege de concurrentie van onder anderen André Ooijer en Kasper Bøgelund. Johan Vonlanthen gold als een groot Zwitsers talent, maar kreeg door concurrentie en beperkte speeltijd geen vaste plek. Na verhuurperiodes bij Brescia en NAC vertrok hij naar Red Bull Salzburg. Csaba Fehér werd gezien als mogelijke opvolger van Mark van Bommel of Johann Vogel, maar kwam nauwelijks aan spelen toe. Zijn opvallendste optreden was in de Champions League tegen Arsenal, toen PSV zich voor de volgende ronde plaatste.

Arvid Smit speelde geen enkele officiële wedstrijd voor PSV, ondanks een meerjarig contract en verhuurperiodes bij De Graafschap, FC Groningen en Willem II. Michael Ball, een voormalig speler van Everton en Rangers, werd geplaagd door blessures en kwam amper in actie. Ronald Koeman zag het niet in hem zitten; supporters beschouwden hem later als een van de grootste tegenvallers van de eeuw. Ook Michael Reiziger, die met een indrukwekkend cv van onder meer Ajax, AC Milan, Barcelona en Middlesbrough naar PSV kwam, speelde weinig. Hij werd wel tweemaal landskampioen, maar zijn contract werd in 2007 niet verlengd.

Andy van der Meijde kwam in 2010 als clubloze oud-speler van Ajax, Internazionale en Everton naar PSV om het vertrek van Danko Lazović op te vangen. Hij was echter niet fit en speelde geen enkele officiële wedstrijd. Stef Nijland, voor ongeveer vier miljoen euro overgenomen van FC Groningen, werd door blessures en concurrentie evenmin een vaste waarde. Na verhuurperiodes bij Willem II, NEC en Brisbane Roar vond hij bij PEC Zwolle wel succes, met winst van de KNVB-beker en de Johan Cruijff Schaal.

Timothy Derijck speelde regelmatig, maar werd door fouten en concurrentie nooit onomstreden. Na een verhuur aan FC Utrecht keerde hij terug naar ADO Den Haag. Mathias ‘Zanka’ Jørgensen, succesvol bij FC Kopenhagen, wist in Eindhoven geen basisplaats te veroveren en kwam zelfs uit voor Jong PSV. Na zijn terugkeer naar Denemarken bloeide hij opnieuw op.

De meest recente voorbeelden zijn Aziz Behich, Toni Lato en Kostas Mitroglou. Behich, een Australische international die na het WK van 2018 met Mark van Bommel meekwam, speelde slechts vier competitiewedstrijden. Lato kreeg onder Van Bommel nauwelijks vertrouwen en keerde na een half seizoen terug naar Valencia. Mitroglou begon sterk en werd na een opvallend optreden tegen Apollon Limassol snel populair, maar raakte onder interim-trainer Ernest Faber zijn plaats kwijt. Zijn fitheid bleek bovendien onvoldoende. Na één seizoen vertrok ook hij.

Het overzicht laat zien dat een mislukte PSV-periode niet altijd betekent dat een speler geen kwaliteiten had. Van Mierlo, Xavier, Meijer, Reiziger en Vonlanthen kenden elders betere fases, terwijl blessures, concurrentie, trainerskeuzes, mentale druk en de omstandigheden binnen een elftal vaak bepalend waren. Sommige spelers vonden later bovendien een nieuwe rol als trainer, scout, analist of zaakwaarnemer.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen: ‘Rob Jetten heeft de hele dag als een drol in een pispot zitten draaien!’