Oude glorie: Reservekeepers
In dit artikel:
PSV kende door de jaren heen veel doelmannen die meestal in de schaduw van de eerste keeper opereerden. In deze terugblik staan André van Gerven, Ton van Engelen, Quintus van der Meulen, Hans Segers en Wim de Ron centraal.
André van Gerven (geboren in 1952) was van 1973 tot eind 1976 reserve achter Jan van Beveren. In zijn tweede PSV-seizoen speelde hij 23 competitiewedstrijden en kwam hij ook in actie in Europese uitduels tegen Ards FC en Gwardia Warszawa. Daarna vertrok hij naar FC Twente, waar hij in 1977 de KNVB-beker won. Via een huurperiode bij Fortuna Sittard werd hij later definitief speler van die club. Hij vervolgde zijn loopbaan bij Waterschei Thor en FC Eindhoven en stopte in 1989 met betaald voetbal. Van Gerven zat in 1981 eenmaal bij de selectie van het Nederlands elftal. Na zijn actieve carrière werkte hij onder meer als keeperstrainer en scout bij PSV en werd hij in 2011 trainer van Overpeltse VV.
Ton van Engelen kwam in 1976 bij PSV en debuteerde dat jaar in de Europacup I tegen Dundalk FC. Hij maakte deel uit van de succesvolle selectie die in het seizoen 1977-1978 zowel de landstitel als de UEFA Cup veroverde, maar bleef vooral reserve achter Van Beveren. Van Engelen vertrok vervolgens naar Feyenoord, speelde tijdelijk voor Go Ahead Eagles en beëindigde daar zijn voetbalcarrière. Met Feyenoord won hij in 1980 de KNVB-beker. Later werd hij actief in de wielersport als ploegleider en verzorger. Hij begeleidde profploegen tijdens onder meer de Tour de France, Giro d’Italia en Vuelta en werd in 2007 gehuldigd voor zijn twintigste deelname aan de Tour.
Quintus van der Meulen, later Quintus Demes, was in de seizoenen 1979-1980 en 1980-1981 reservekeeper van PSV, eerst achter Van Beveren en daarna achter Pim Doesburg. In een thuiswedstrijd tegen FC Utrecht moest hij na rust invallen voor de geblesseerde Doesburg. PSV stond voor, maar verloor met 3-2 na persoonlijke fouten van Van der Meulen. Die wedstrijd had grote gevolgen voor zijn zelfvertrouwen en betekende tevens zijn laatste optreden voor PSV; Hans Segers kreeg daarna de voorkeur. Demes vertrok naar NAC Breda, waar hij eerste keeper werd en in 1983 uit de Eredivisie degradeerde. Later speelde hij in België en stopte hij op 39-jarige leeftijd.
Hans Segers, afkomstig uit Eindhoven en opgeleid bij PSV, was vooral reservedoelman achter Doesburg. Hij speelde zestien competitiewedstrijden voor de club, waaronder de belangrijke 1-1 tegen Feyenoord in 1983-1984. In 1984 verhuisde hij naar Nottingham Forest, aanvankelijk op huurbasis en vanaf 1985 definitief. Daarna speelde hij onder meer voor Wimbledon, Wolverhampton Wanderers en Woking, voordat hij zijn loopbaan in 2001 bij Tottenham Hotspur beëindigde. Segers werd in de jaren negentig genoemd in een omkoopschandaal, maar vrijgesproken; later werd hij wel aangeklaagd wegens gokken op wedstrijden. Na zijn spelersloopbaan werkte hij als keeperstrainer bij onder meer Tottenham, PSV, Fulham, RKC Waalwijk, FC Eindhoven en sinds 2020 ADO Den Haag.
Wim de Ron, opgeleid in de jeugd van PSV, maakte in 1992 zijn debuut in het eerste elftal. Ondanks zijn lengte van slechts 1,71 meter kwam hij in drie seizoenen tot veertien competitiewedstrijden. Hij keepte ook eenmaal in de Champions League tegen AC Milan. Nadat PSV Ronald Waterreus en Stanley Menzo aantrok, vertrok De Ron naar SC Cambuur. Daar bleef hij uiteindelijk zeven jaar, maakte hij promotie naar de Eredivisie mee en degradeerde hij later opnieuw. In 1996 was hij doelman in de historische bekerzege van Cambuur op Ajax, dat in Leeuwarden met 2-0 werd verslagen. Na een periode bij RBC Roosendaal werd De Ron keeperstrainer en later actief als hoofdtrainer bij verschillende amateurclubs, waaronder VV Marrum.
Vandaag Inside: Samuel Welten heeft niet door dat camera al draait in In de Wandelgangen: 'Ooooh god!'